Terwijl je het lijk onderzoekt, probeer je niet naar het gruwelijke gezicht te kijken, groen en mismaakt. Er kruipen maden uit neus en oren. Je springt een meter in de lucht als het lijk opeens de ogen opslaat. Net op tijd weet je zijn lange vingernagels te ontwijken als hij naar je uithaalt. Voor je het weet is het wezen op de been. Het kijkt je met een sadistische sluwe blik aan, zijn muil wijd opengesperd.
<verder>