Floating Bells

Floating Bells


Acht klanklagen, elk vastgelegd in een eigen tempo, bewegen onafhankelijk door dezelfde begrensde toonruimte. De onderlinge verschuivingen zorgen voor steeds veranderende samenklanken, zonder dat er sprake is van herhaling of ontwikkeling in traditionele zin. Af en toe klinkt een toon die niet “thuishoort”. Het herinnert eraan dat ook in de beperktste systemen iets onverwachts kan ontstaan, en dat juist daar de muziek zich even laat zien.











De aanleiding voor dit werk was de installatie Clinamen van kunstenaar Céleste Boursier-Mougenot, waarin porseleinen schalen vrij bewegen op het oppervlak van water en door hun onderlinge aanrakingen een voortdurend veranderend klankveld vormen. Dit stuk is geen muzikale vertaling of interpretatie van die installatie, maar een zelfstandige reactie op het onderliggende principe: objecten die zich onafhankelijk bewegen binnen een gedeeld veld, waarin betekenis ontstaat door toeval, vertraging en restbeweging.

Deze uitgave bevat twee verwante versies van hetzelfde werk. Floating Bells — Residual Motion presenteert het klankveld in zijn soberste vorm: uitsluitend gedragen door de onderlinge verschuivingen van toon en tijd. In Floating Bells — Falling Grains wordt daar een tweede, niet-tonale beweging aan toegevoegd. De spaarzame inzet van een regenstok introduceert een andere vorm van restbeweging — geen ritmisch element, maar een subtiele verandering van medium, alsof niet alleen objecten, maar ook lucht langzaam in beweging komt.

De muziek is niet gespeeld, maar samengesteld: als een ecosysteem waarin grondslagen belangrijker zijn dan keuzes. Dynamiek, articulatie en stereoplaatsing worden overgelaten aan het systeem zelf. Het resultaat is een langzaam verschuivend klankveld, waarin tijd hoorbaar wordt als iets elastisch — niet gemeten, maar ervaren. Wat overblijft aan het einde, is geen slot, maar een residu.

Een schaakbord van ontmoetingen.

"Zo gaat het ook in het echte leven, dat wij kennen door het onbewuste (wil) en zelfs het bewuste. De natuur heeft haar eigen wetten want zo is er orde en harmonie, steeds op weg naar het doel: Realisatie van de idee.

De natuur is een gegeven, de mens is een ander gegeven. Ook in de mens heerst natuur, aan die wetten moet hij gehoorzamen, zelfs ten koste van. Maar de mens heeft een beperkt bewustzijn en met name in zijn denken lijkt hij grenzeloos te willen zijn, maar botst hij op de realiteit.
De mens heeft een eigen ‘vrije’ wil. Tenminste wil hij zich inspannen om die vrij te krijgen. Ondanks en dankzij. Ik durf te stellen dat de natuur aan de ene kant staat en de mens tegenover haar. Het zou weleens de wens van de mens kunnen zijn om de natuur te vervolmaken… Of is dat een hoogmoedige gedachte? Want wat is het hoogste, het diepste?

Luisteren naar het eerste deel met zijn mooie hoge klanken was een geluk, verticaliteit, vanuit de ‘grond’ opgebouwd. Het tweede deel was horizontaler, meer man-made, kwam me zo voor.

Het ‘veld’, met zijn oneindige mogelijkheden fascineert me nog steeds en steeds meer. David Bohm, natuurkundige en filosoof, schreef een boek met de veelzeggende titel ‘De heelheid en de impliciete orde’.

Kunst is ook het oneindig vermogen van het leven om vorm aan te nemen."

George Vahl

Mobirise.com

Created with Mobirise ‌

Web Page Creator